Rasbeschrijving

De border collie

 

Al in de 19e eeuw hielpen border colies van verschillende typen, kleuren en vachtsoorten de Britse boeren bij het hoeden en drijven van de schapen.

Het woord collie werd in Groot-Brittannië gebruikt voor een herdershond en border verwijst naar de grensstreek De Borders bij Schotland.

Pas in 1946 kwam de rasnaam border collie voor op de ISDS registratiepapieren.

Border collies bezitten een natuurlijke drift om rondom vee

 (vaak schapen, maar kunnen ook runderen, paarden, (loop)eenden of ganzen zijn) te cirkelen: het drijfgedrag. 

 Daarbij beschikken ze over het vermogen om het vee met hun ogen te fixeren: eye

In een laaggestelde houding, met het hoofd dicht bij de grond, kan een border sluipend een schaap naderen. 

 Zijn blik blijft dan op het schaap gericht en zo fixeert hij het schaap. Met die typerende blik kan hij het schaap dwingen opzij te gaan.

 

Er zijn border collies die over geen of weinig eye beschikken. Verschil in aanleg voor het werk bij de schapen komt ook voor.

Toch kan een minder geschikte hond het werk wel leren door een aangepaste training en een op de hond afgestemde groep schapen.

Daartegenover staan border collies van het extreme werktype: zij zijn nauwelijks af te remmen en overactief.

 Zij zijn vaak alleen maar gericht op de schapen en kunnen vrijwel niet zonder het werk bij hen.

 

 

Border collies blinken tegenwoordig uit in allerlei (andere) takken van hondensport: o.a. agility, dogfrisbee en obedience/gehoorzaamheid.

Met hun intelligentie, behendigheid, snelheid, lenigheid en gedrevenheid overtreffen ze vaak hun concurrenten van andere rassen.

Ze zijn daarbij erg gericht op hun baas en wilen graag voor hem werken: will to please.

Bovendien kan een border collie als werkhond ingezet worden: zoals hulp/assistentiehond, reddingshond, signaalhond en speurhond.

 

Als een border collie onvoldoende bezigheid en uitdaging krijgt, kan hij lastig worden voor zichzelf en zijn omgeving.

Sloopgedrag of ongewenst drijfgedrag kan bijvoorbeeld het gevolg zijn.

Het komt nogal eens voor dat een border fietsen of auto's probeert te drijven, wat natuurlijk ook heel gevaarlijk kan zijn.

Zelfs stereotiep en neurotisch gedrag kan een border collie dan ontwikkelen.

Daarom moet zijn baas, naast het tegemoet komen aan de hoge intelligentie en grote werklust van dit ras, duidelijk grenzen stellen en consequent zijn.

Die baas moet overwicht hebben, maar wel rekening houden met de gevoeligheid van een border colie.

Van een te harde aanpak kan deze namelijk uit balans raken.

Wat nog zeker van belang is: een border collie heeft een uitdagende taak nodig, maar dat betekent niet dat hij constant bezig moet zijn.

 Om te kunnen herstellen, zowel lichamelijk als geestelijk, heeft deze hond ook voldoende rust nodig.

 

 

De border collie is een lichamelijk sterke hond en heeft een atletische bouw.

Er is een grote verscheidenheid in vachtkleur: o.a. zwart-wit, driekleur en blue- en redmerle; daarbij mag wit nooit overheersen.

Vaak heeft een border collie witte aftekeningen bij het puntje van de staart, de poten, de bles en de kraag.

De vacht kan lang, middel of kort zijn en bij de hals (kraag), staart, oren en voor- en achterpoten groeien lange haren.

De oren zijn half opgericht (tiporen) of staand (prikoren).

De kleur van de ogen is meestal bruin; (gedeeltelijk) blauw komt ook voor.

De schofthoogte is ongeveer 53 cm. bij een reu; een teef is doorgaans wat kleiner.

 

Het karakter van een border collie behoort levendig, oplettend, intelligent, vriendelijk, zachtaardig, gevoelig en initiatiefrijk te zijn,  

maar nooit zenuwachtig of agressief.

Verder is hij waaks, maar niet verdedigend en over het algemeen sociaal met andere honden.

Tot slot heeft dit ras veel durf en doorzettingsvermogen en een vrijwel nooit aflatende wil!

 

 

Zie ook:

Border Collie - Esther Verhoef.

Wat U over uw border collie moet weten - Dr. Hans Alfred Müller.

 

Brochure over de border collie (BCCN): http://bccn.nl/DW/CFH/infoboekje.pdf